maandag 14 maart 2011

Mixed feelings.

Ik ben echt heel blij dat het bijna lente is, geloof me. Ik heb volgens mij elke winter een herfstdepressie (?). Er zit echter één nadeel aan de lente: de tuin.
We hebben een redelijk grote tuin (18x8). Toen we hier kwamen wonen, 8 jaar terug, was het een echte oude oma tuin: overwoekerd met alleen struiken en coniferen.
Enthousiast begon ik aan het project, kocht tuinboeken/tijdschriften, maakte plattegronden en zelfs een kleurschema voor wat ooit onze mooie border(!) zou worden: alleen witte, grijze, donker rode planten gecombineerd met grassen. Ik had het plaatje helemaal in mijn hoofd, kende alle Latijnse plantennamen. We trokken bijna alles leeg, o.a. de oude perenboom, paarse sering en haagbeuk mochten blijven. Mijn man verzette al het echte werk. Hij legde terrassen, paadjes en nieuw grasveld. Bouwde schuttingen, schuurtjes en konijnenhokken. Ik verfde schuttingen stijlvol grijs. Ik plantte mijn zorgvuldig uitgekozen planten. En ging lekker in de zon zitten. (verfde wel het hele huis van binnen en buiten).

  In de jaren daarna zette het besef in: met tuinieren ben je nooit klaar en planten doen nooit wat je wilt. En dat laatste vind ik eigenlijk wel het ergste: je hebt de uitkomst niet in de hand en ik ben natuurlijk gewoon een controle-freak. De bloemen die je zo mooi vond blijken het helemaal niet te doen in je tuin, door grondsoort/plaats/Joost mag weten wat.
Daar ging mijn droomborder of borderdroom. Ik heb het ondertussen een beetje opgegeven. ( Mijn man niet, het is nu helemaal zijn project). Ik wil ook helemaal niet tuinieren. Voor mij is de tuin een plaats waar we lekker kunnen eten (vooral barbequen), feesten, spelen, zonnen en relaxen. Omringt natuurlijk door een een smaakvolle bloemenpracht. Vooral ter decoratie. Ik wil nog steeds een mediterraan gevoel van lange tafels tegen witte muren met druivenranken erboven.
Gisteren dus toch maar mijn goede wil getoond en weer voor het eerst dit jaar onkruid gewied, aangestoken door alle ijverige buren.
Laatst zag ik wel een recepten van ravioli gevuld met brandneteltoppen, zevenbladsoep, en zelfs gefrituurde paardebloem-bloemen. Kijk, dat vind ík nu leuk. Misschien moet ik nu maar direct stoppen met wieden, anders heb ik straks niet GENOEG onkruid om mee te koken.


Kijk, zoiets wil ik graag eten op een zwoele avond (temperatuur), met een ondergaande zon, op ons mooie terras met échte tuinmeubelen (we eten nu van een multiplex-plaat op inklapbare schragen, zittend op oude keukenstoelen).

Hartig pasteitje.

1 pak hartige taart-deeg (10 plakjes, ontdooit)
reepjes rode paprika
plakjes bacon, gescheurd (of niet als je vegetariër bent)
mozzarella kaas/zachte geitenkaas, kleine stukjes
reepjes zongedroogde tomaat
wat je zelf lekker lijkt.
2 eieren, los geklopt
zure room/creme fraiche/slagroom
tijm/pesto
peper, zout
Parmezaanse kaas

Verwarm de over voor op 200 C. Vet de holletjes van een muffinblik in met boter. Drapeer in elk holletje een plak deeg. Laat de randen overhangen. Doe je vulling er in, kan best wel vol. Mix de eieren met de tijm/pesto en de zure room/creme fraiche/slagroom, voeg peper en zout toe. Giet dit mengsel over de vulling. Vouw de flappen terug over het pasteitje. Rasp er een beetje kaas overheen. In het pak zitten 10 plakjes, je hebt 12 holletjes. Je zou ook de randen van de pasteitjes netjes kunnen afsnijden (dan krijg je open pasteitjes) en dat deeg opnieuw uitrollen zodat je ook deeg hebt voor de laatste 2 holletjes. Bak het geheel ongeveer 15 min, of tot ze leuk gebruind zijn. Haal de pasteitjes uit hun holletjes en zet ze 5 min. los in de oven zodat de buitenkant ook kleurt. Ze worden dan wel iets harder.

Laat het zonnetje maar komen!






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen