dinsdag 23 november 2010

Die goeie oude tijd als au-pair.



AU-PAIR


Rond mijn 18e ben ik au-pair geweest in een Nederlands gezin net buiten Geneve. Het was een echte culture-shock: compleet andere eetgewoonten. De familie had ook in het Italiaanse deel van Zwitserland (Tessin) gewoont en at vaak pasta met sla en evt een vleesje. Pasta met SLA! Dat vond ik als Groningse zo gek. Wij aten aardappelen met sla. De mevrouw kookte zelf. Eerst een simpele maaltijd voor mij en de kinderen en daarna voor zichzelf en haar man die pas laat thuis kwam. Als ze eters kregen werd in een klapper bijgehouden wat ze de vorige keer geserveerd hadden zodat ze nooit 2x het zelfde serveerden.
Ik at altijd graag wit brood. Deze familie had echter een soort meergranenbrood met sojabrokjes. Ik vond het de eerste dagen zo vies dat ik er bijna van moest spugen. Ik viel 3 kilo af in 3 dagen!
Later vond ik het heerlijk, besmeerd met Kiri (soort Monchou), ik heb de mevrouw echt arm gegeten en toen we jaren later nog een langs kwamen ben ik eerst naar de Migros (supermarkt) gegaan om dat brood te halen.
Ik vind eigenlijk dat iedereen au-pair moet gaan. Je leert echt je gewoontes los te laten en te merken dat er meer wegen naar Rome leiden. We eten nog steeds vaak pasta met sla. Verder was het een heerlijke tijd. Ik herontdekte de Franse taal (nu mijn favoriet) met een cursus bij Alliance Francais en maakte daar ook direct vriendinnen, ook au-pairs.
In het weekend had ik vrij en gingen we Geneve ontdekken. Een heerlijke, mooie stad.
Ijs eten bij de Movenpick, terrasje zitten, bioscoopje doen (Dirty Dancing-tijdperk) en als het even kon: lekker uit eten. Ik ging zelfs extra strijken bij andere families zodat ik meer zakgeld had voor onze dineetjes. Er ging echt een wereld voor mij open, een provinciaaltje in de grote stad. Na een half jaar ging mijn beste maatje echter naar huis en toen sloeg de heimwee toe. Ik ben toen ook weg gegaan maar eigenlijk had ik ook nog wel naar Parijs gewild. (Nog steeds eigenlijk).




Mijn opgepoetste trots




Ik heb nog dagelijks een reminder aan die fantastische tijd: mijn servies. Het was een half-adelijke familie en er werd met zilver en van speciaal servies gegeten: Geranium Malva van Villeroy en Boch. Ik hield altijd al van geel en vond dit zo'n vrolijk servies.
Voor ons trouwen hebben wij dan ook dit servies als kado gevraagd. Mijn man vond het echter te bont als dinerservies (in combinatie met eten), dus we hebben het nu als thee/koffie/gebakservies en voor het ontbijt. Het servies wordt sinds een paar jaar niet meer geproduceerd en we zijn er dan ook erg voorzichtig mee. Verjaardagen en hoogtijdagen only.
Alleen de theepot wordt dagelijks gebruikt. Ondanks 4 kinderen en minstens 5x thee per dag (ik drink geen koffie) is er in 15 jaar nog maar 1x een pot gesneuveld. (en dat was geloof ik ook nog mijn eigen schuld).
Er zijn meer liefhebbers. Via Marktplaats check ik af en toe het aanbod maar het is altijd zo verkocht. Dat is ook maar goed want mijn servieskast is al te vol. Het was een goed keuze. Ik word er nog elke dag blij van!


Naschrift 24/11:
Ik had het moeten weten: hoogmoed komt voor den val etc:
vandaag, 1 dag na mijn blog, is mijn theepot beschadigd. Door mijn eigen theeglas.
Het voelt alsof er een stukje van mijzelf kapot is, ik kan echt een (thee)potje janken! Nu op zoek naar de beste porseleinlijm maar het mooie is eraf!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen